HOME
3H2
4HA1
4HA2
4HB2
5HA2
5HB1
5HB2
Jaaragenda
Rekenmachine
PTA 4H
PTA 5H
Pr.opdr. 4H
Webquests
Pr.opdr.
PWS 
Geschiedenis
Wiskunde
Links Wiskunde
De TAS
 

41.        Getijdenbeweging       

Aangemaakt door  G.A. Koeze, 1999
Bron:  Freudenthal Instituut

Eb en vloed, hoog water en laag water wisselen elkaar regelmatig af. De grafiek van de getijdenbewegingen, gemeten in een plaats langs de kust, is dan ook periodiek.

Op de internet-site Waterland kun je grafieken van de getijdenbeweging in een aantal Nederlandse kustplaatsen vinden. De gegevens worden elk uur bijgewerkt.

De grafieken krijg je te zien als je op de site van Waterland (waterland.net) het Meetnet kiest, met gegevens van de Waterstanden. Je krijgt dan een kaartje van Nederland waarop je zelf de plaatsen kunt selecteren waarvan je de getijdengrafiek wilt zien. Van een aantal plaatsen kun je zowel de grafiek van het astronomisch getij als die van de waterstand zien. De grafieken van het astronomisch getij zijn regelmatiger. Daarin is te zien wat de verwachte waterstand is. De echte waterstand wordt mede bepaald door invloeden van het weer, de grafiek loopt daardoor grilliger.

1. Bekijk de getijdengrafieken van een aantal plaatsen langs de kust. Maak een overzicht van de tijdstippen waarop het in de verschillende plaatsen hoog water is.

De getijdengrafieken zijn periodiek. Periodieke grafieken kun je beschrijven met behulp van sinusfuncties. Het is niet eenvoudig om de getijdengrafieken precies met n sinusfunctie te beschrijven, je kunt ze wel zo goed mogelijk proberen te benaderen. Je maakt dan een - zo goed mogelijk - model van de situatie.

2. Kies n van de kustplaatsen met een tamelijk regelmatige grafiek. Maak een sinusfunctie die zo goed mogelijk past bij de grafiek van de waterstanden (of die van het astronomisch tij). Bespreek eerst met zijn tween hoe je dit gaat aanpakken. Hieronder vind je zonodig enkele tips.

3. De sinusfunctie die je in opdracht 2 hebt gevonden is een model van de getijdenbeweging. De grafiek van de functie benadert de getijdengrafiek zo goed mogelijk.
Noteer in welke opzichten je vindt dat de door jullie gevonden sinusfunctie de getijdenbeweging goed benadert en in welke opzichten je vindt dat het wat minder goed klopt.

ONDERZOEKSOPDRACHT

Je hebt nu van de getijdenbeweging van n van de kustplaatsen een model gemaakt door de getijdengrafiek te beschrijven met een sinusfunctie. De getijden en hun samenhang zijn van belang voor bijvoorbeeld garnalenvissers, reddingsmaatschappijen en strandreinigingsdiensten. Alle kustplaatsen liggen aan de Noordzee (of Waddenzee) het lijkt daarom waarschijnlijk dat de getijdengrafieken van alle plaatsen op een bepaalde manier met elkaar samenhangen.

De vraag is wat deze samenhang is. Is er sprake van een verschuiving (in de tijd)? Is er sprake van een vorm van uitrekking? Of is er sprake van een heel ander type samenhang?

Opdracht

Vergelijk de grafieken (en als die er zijn de formules) van de getijden van Vlissingen, Harlingen en Delfzijl.

  • Onderzoek hoe de getijdenbewegingen in deze plaatsen met elkaar samenhangen.
  • Formuleer eerst een vermoeden en maak een plan van aanpak.
  • Vergeet niet te proberen om de gevonden samenhang te verklaren. Je hebt daarvoor zeker extra gegevens nodig over het verloop van getijden. Op de Waterland-site vind je mogelijk nog informatie die je daarbij kan helpen (over onder andere golfhoogten, windkracht, het weer). Maar er zijn nog vele andere informatiebronnen mogelijk.
  • Schrijf een kort verslag met een goed onderbouwde conclusie. Maak gebruik van formules en grafieken, maar zorg er ook voor dat het een goed verhaal is.
    Bedenk zelf voor welke vorm je uiteindelijk kiest. Dat kan bijvoorbeeld een folder voor de reddingsmaatschappij zijn, maar ook een informatieve brief of een web-site

URL

waterland.net