HOME
3H2
4HA1
4HA2
4HB2
5HA2
5HB1
5HB2
Jaaragenda
Rekenmachine
PTA 4H
PTA 5H
Pr.opdr. 4H
Webquests
Pr.opdr.
PWS 
Geschiedenis
Wiskunde
Links Wiskunde
De TAS
 

Engelse wiskundetermen

 

Engelse wiskundewoordenboeken op het web

http://www.wikipedia.org/wiki/Mathematics
Erg goede Engelse wiskunde encyclopedie, met eigen zoekmachine.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wiskunde
De Nederlandse versie van bovenstaande encyclopedie. Pas op: veel minder compleet dan het Engelse origineel!

http://www.hbschool.com/glossary/math2/index_temp.html
Nog een Engels "woordenboek" met Engelse wiskunde termen.

A  

Acute angle: scherpe hoek (kleiner dan 90 graden). Zie ook 'Obtuse angle' en 'Right angle'. Een 'acute angled triangle' is een driehoek met 3 scherpe hoeken.
Aleph-0: 'Aleph' is de hebreeuwse letter 'A' (lijkt een beetje op een X). Aleph-0 is de eerste transfiniete kardinaal -- oftewel de grootte van de "kleinste" oneindige verzameling. De verzamelingen N, Z en Q hebben allen kardinaliteit aleph-0 en zijn dus wezenlijk "even groot". De verzameling R heeft een grotere kardinaliteit dan aleph-0. De continuum hypothese zegt dat R kardinaliteit aleph-1 heeft (de "volgende" orde van oneindigheid na aleph-0). Zie ook: Cardinality, Continuum Hypothesis, N, Z, Q, R.
Angle: hoek
Apex: top, hoogste punt

B  

Base: "base of a triangle" = de basis van een driehoek
Bijection: bijectie (uitspraak: bie-jectie). Tussen twee verzamelingen bestaat een bijectie als je de elementen van de verzamelingen paarsgewijs naast elkaar kunt leggen. Beide verzamelingen zijn dan even groot. {1, 4, 99} is even groot als {aap, noot, mies}, want er bestaat (o.a.) de volgende bijectie: 1-aap, 4-noot, 99-mies. Meer wiskundig: tussen 2 verzamelingen A en B bestaat een bijectie als er 2 functies f en g te vinden zijn, zodanig dat f bij ieder element van A een uniek element van B vindt, en g het omgekeerde doet (van B naar A).
Billion: in Europa een biljoen, dat is 10^12 of 1000 miljard. In de VS 10^9 (een miljard). Zie ook: Trillion.

C  

Cardinal: kardinaal, het getal dat de kardinaliteit van een verzameling uitdrukt. Alle natuurlijke getallen {0, 1, 2, ...} zijn kardinalen, omdat er verzamelingen bestaan die 0, 1, 2, ... groot zijn. De eerste transfiniete (vrij vertaald "oneindige") kardinaal is aleph-0, daarna komt aleph-1, enzovoorts. Zie ook: Cardinality, Countable, Uncountable.
Cardinality: kardinaliteit. De kardinaliteit van een verzameling is een maat voor de grootte ervan. De verzameling {4, 6, 99} heeft kardinaliteit 3. De verzameling N (natuurlijke getallen) heeft kardinaliteit aleph-0, de verzameling R (rele getallen) heeft kardinaliteit "groter dan aleph-0" (preciezer: 2^aleph-0). Het vermoeden dat dit laatste geljk is aan aleph-1 (de eerste transfiniete kardinaal na aleph-0), staat bekend als de continuum hypothese, Zie ook: Cardinal, Countable, Uncountable, Continuum hypothesis.
Cone: kegel. In de meeste schoolboeken wordt deze afgebeeld als een "ronde piramide". Een volledige kegel is echter oneindig lang, beide kanten op, en ziet er dus uit als 2 ijshoorntjes die met de punten op elkaar zijn gezet.
Conic, conic section: kegelsnede: een figuur die ontstaat door een kegel met een plat vlak te snijden. De 'standaard' kegelsneden zijn ellips, parabool en hyperbool. Ontaarde kegelsneden ontstaan als het snijvlak door de top van de kegel gaat: dit geeft een punt, een lijn, of 2 snijdende lijnen.
Conjecture: hypothese
Continuum hypothesis: de continuum hypothese (CH) zegt dat het continuum (dus alle punten op een lijn, oftewel de verzameling R ) kardinaliteit aleph-1 heeft (dus: de eerste "grotere oneindigheid" na aleph-0). Met andere woorden, CH zegt dat er geen verzamelingen zijn die wezenlijk groter zijn dan N (met kardinaliteit aleph-0) en tegelijk wezenlijk kleiner zijn dan R. Het is (merkwaardig genoeg) bewezen dat we met onze huidige kennis niet in staat zijn CH te bewijzen of te weerleggen. Zie ook: N, R, Cardinality, Aleph-0.
Convex: convex. Een convexe figuur heeft geen "deuken". Een vierkant is convex, maar een ster is dat niet. Neem twee willekeurige punten in het "inwendige" van bijvoorbeeld een veelhoek en trek er een lijn tussen. Als deze lijn altijd (ongeacht de keuze van de punten) geheel binnen de figuur ligt, dan is de figuur convex.
Correlation: correlatie. De mate waarin twee statistische variabelen met elkaar samenhangen. Zie ook: Regression.
Countable: aftelbaar. Een verzameling is aftelbaar, als er een n-op-n correspondentie (zie 'Bijection') bestaat tussen de elementen van de verzameling en (eventueel een deelverzameling van) de verzameling der natuurlijke getallen (zie 'N'). Simpeler: een verzameling is aftelbaar, als je op de een of andere manier de elementen ervan kunt tellen. {1, 2, 9} is aftelbaar en eindig, N zelf is aftelbaar en oneindig ("aftelbaar oneindig"). R is niet aftelbaar en dus "overaftelbaar oneindig". Zie ook: Uncountable.

D  

Degenerate conic: ontaarde kegelsnede, oftewel een kegelsnede die geen ellips, parabool of hyperbool is. Zie ook: Conic.
Digit: getal. Meestal gebruikt in de context "het zoveelste getal van een bepaald cijfer". Als je het over de decimalen van pi (3,141529653...) hebt, kan je dus zeggen dat de tweede 'dgit' achter de komma '4' is.
Directrix: richtlijn (ook in het NL wel directrix genoemd). Richtlijn, brandpunt en excentriciteit bepalen samen een kegelsnede. Zie ook: focus, eccentricity.
Divisor: deler van een getal (2, 3, 4 en 6 zijn delers van 12). Zie ook: Factor.

E  

Edge: de zijde van een veelhoek. Ook: een 'weg' in een graaf.
Ellipse: ellips. En van de kegelsneden. Eigenlijk gewoon een uitgerekte of platgedrukt circel. Een voorbeeld is de verzameling punten die voldoen aan x^2 + 3*y^2 = 9 die door (-3,0), (3,0), (0,wortel(3)) en (0, -wortel(3) gaat.
Empty set: de lege verzameling, dus de verzameling waar niets in zit. In de verzamelingenleer speelt de lege verzameling ongeveer de rol die nul in het rekenen vervult. De lege verzameling is een deelverzameling van iedere verzameling (inclusief zichzelf). Zie ook: Set, Subset, Powerset.
Eccentricity: eccentriciteit. Neem een vast punt A en een vaste lijn L. Neem dan alle punten P waarvoor de afstand(P,A)/afstand(P,L) de een of andere vrij gekozen constante E is. Alle punten P liggen nu op een kegelsnede. E is de eccentriciteit en de waarde van E bepaalt wat voor soort kegelsnede je krijgt.
Equality: gelijkheid, zoals in 3 x 8 = 20 + 3 + 1, of x(3 + y) = 3x + xy
Equidistant: dezelfde afstand hebbend. Twee punte zijn bijvoorbeeld 'equidistant' van een lijn als ze beide dezelfde afstand tot de lijn hebben.
Equilateral triangle: gelijkzijdige driehoek (dus met 3 gelijke zijden, en dus hoeken van 180:3 = 60 graden)

F  

Factor: factor of deler (zie ook 'Divisor'). In getaltheorie: een getal waar je een ander getal door kunt delen. 6 is een factor van 24 (net als 2, 3, 4, 8 en 12 factoren van 24 zijn). Een getal dat je niet kunt delen (tenzij door 1 op zichzelf) is een priemgetal. Zie ook: Prime.
Finite: eindig
Focus (meervoud: foci): brandpunt, van bijvoorbeeld ellips, parabool of hyperbool. Zie ook: Directrix, Eccentricity.
Fractal: fractal. Een zelfgelijkvormige figuur. D.w.z. als je een deel van de figuur neemt, is dat identiek aan de hele figuur. Dat betekent noodzakelijkerwijs dat de hele figuur zichzelf op steeds kleinere schaal herhaalt, tot in het oneindige!
Fraction: breuk. De verzameling van alle breuken is Q . Zie ook: Q.
Fundamental domain: bij vlakvullingen: een door een onderliggend rooster bepaalde "eenheid" die je kunt herhalen om zo het vlak te vullen. Als het ware een enkele eenvoudige tegel die het hele patroon bevat.

G  

Graph: in "graph theory": een graaf (meervoud 'grafen'), dus een verzameling punten met wegen daartussen. In "draw the graph of f(x)": een grafiek van een functie.

H  

Hexagon: zeshoek
Hyperbola: hyperbool. Envan de kegelsneden. De bekendste bij scholieren is y=1/x.
Hypothenuse: de hypothenusa (schuine zijde) van een rechthoekige driehoek

I  

Infinite: oneindig
Integer: geheel getal
Intersection: doorsnede. Bij 2 verzamelingen: de elementen die beide verzamelingen gemeen hebben. De doorsnede van {a, b, c, d} en {a, d, e, f} is {a, d}. Bij krommen: de snijpunten van de krommen (oftewel, als bij verzamelingen, dat wat de krommen gemeen hebben).

L  

Lattice: rooster, raster
Locus: meetkundige plaats. Een 'locus' is de verzameling van alle punten in het vlak die aan een bepaalde voorwaarde voldoen. Bijvoorbeeld: de locus van alle punten die op afstand 3 van de oorsprong liggen is gewoon de cirkel met straal 3 om de oorsprong.

M  

Mean: het gemiddelde
Median: de mediaan

N  

N: de verzameling N der natuurlijke getallen. Zie ook: Z, Q, R, Natural numbers.
Natural numbers: de natuurlijke getallen, {0, 1, 2, 3, 4, ...}. Zie ook: N, Z, Q, R.

O  

Obtuse angle: stompe hoek (tussen 90 en 180 graden). Zie ook 'Acute angle' en 'Right angle'. Een 'obtuse angled triangle' is een driehoek met een stompe hoek.
Octagon: achthoek
One-to-one correspondence: een 1-op-1 correspondentie, oftewel een bijectie. Zie ook: bijection.
Orthogonal: orthogonaal, oftewel loodrecht. De gewone x-as en y-as zijn orthogonaal. Twee krommen kunnen ook orthogonaal zijn, wat wil zeggen dat ze elkaar loodrecht snijden.

P  

Parabola: parabool. En van de kegelsneden. De bekendste is waarschijnlijk y = x^2.
Pentagon: vijfhoek
Periodic: periodiek, d.w.z. "zichzelf herhalend"
Perpendicular: loodrecht
Plane: vlak
Polygon: polygoon, veelhoek
Power set: machtsverzameling. De machtsverzameling P(V) van een verzameling V is de verzameling van alle mogelijke deelverzamelingen van V (inclusief V zelf en de lege verzameling). Als V = {1, 2, 3} dan is dus P(V) = { {}, {1}, {2}, {3}, {1,2}, {2,3}, {1,3}, {1,2,3}}. Als V n elementen bevat, dan bevat P(V) 2^n (2 tot de n-de) elementen: je kunt immers ieder van de n elementen wel of niet in de deelverameling stoppen. En n maal kiezen tussen wel/niet geeft 2^n verschillende deelverzamelingen. Een belangrijk feit is dat P(V) wezenlijk meer elementen bevat dan V. Dat is voor de hand liggend als V eindig is, maar het is ook waar als V oneindig is (!). Aangezien de verzameling R (rele getallen) kan worden opgevat als de machtsverzameling van N (natuurlijke getallen) - dus iets als P(N) = R - volgt daaruit dat R wezenlijk groter is dan N, en dus van een andere "orde van oneindigheid". Zie ook: Set, Subset, Empty set. En tevens Cardinality, Countable, Uncountable.
Prime: priemgetal - een getal dat alleen deelbaar is door 1 en zichzelf. De eerste priemgetallen zijn 2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, ... (men vindt 1 meestal geen priemgetal, maar dat is een kwestie van conventie).
Prime factor: een factor die tevens priemgetal is. Zie ook "Factor" en "Prime". De hoofdstelling van de rekenkunde zegt dat ieder getal op precies n manier als product van priemgetallen te schrijven is. Zo is 84 = 2 x 2 x 3 x 7.
Proposition: (wiskundige) uitspraak waarvoor een bewijs geleverd dient te worden, of waarvoor daadwerkelijk een bewijs geleverd wordt.
Protractor: gradenboog

Q  

Q: de verzameling rationale getallen. Zie ook: N, Z, R, Rational numbers
Quadrilateral: vierhoek

R  

R: de verzameling rele getallen. Zie ook: N, Z, Q, R, Real numbers.
Radius (meervoud: radii): straal (van bijvoorbeeld een cirkel).
Rational numbers: de verzameling Q der rationale getallen, oftewel alle breuken. Q bevat dus ook de gehele getallen (die je immers ook als breuk kunt schrijven), maar niet de irrationale getallen zoals pi en wortel-2. Zie ook: N, Z, Q, R.
Real numbers: de verzameling R der rele getallen, oftewel alle getallen op de getallenlijn (inclusief wortel-2, pi en alle andere getallen met een oneindig lange decimale ontwikkeling). Zie ook: N, Z, Q, R.
Reciprocal: de reciproke van een getal is 1:getal. De reciproke van 2 is 1/2, de reciproke van 2/3 is 3/2.
Regression: regressie. Vaak: lineaire regressie, dit is het vinden van de best passende lijn door een puntenwolk. Zie ook: Correlation, Scatter Plot
Relative prime: relatief priem. Twee getallen zijn 'relatief priem' als ze geen gemeenschappelijke delers hebben. Bijvoorbeeld: 24 en 36 zijn niet relatief priem, omdat ze beide deelbaar zijn door o.a. 3, en 20 en 33 zijn wel relatief priem. Door een getal in priemfactoren te ontbinden, kan je snel zien of ze relatief priem zijn of niet: als ze geen priemfactoren gemeenschappelijk hebben, hebben ze geen gemeenschappelijke delers. Hetzelfde voorbeeld: 24 = 2x2x2x3 en 36 = 2x2x3x3, hebben tweemaal '2' en eenmaal '3' gemeenschappelijk en zijn dus beide deelbaar door 2, 3, 4, 6 en 12. En 20 = 2x2x5 en 33 = 3x11 hebben geen gemeenschappelijke factoren en zijn dus relatief priem. Zie ook: Prime, Prime factor, Factor.
Regular polygon: regelmatige veelhoek, d.w.z. een veelhoek waarvan alle zijden en hoeken even groot zijn.
Rhombus (ook wel "rhomb"): een ruit. Dus een vierhoek met 4 even lange zijden.
Right angle: een hoek van 90 graden. Zie ook: Acute angle, Obtuse angle.
Right triangle: rechthoekige driehoek

S  

Scatter plot: spreidingsdiagram. Een puntenwolk van (x,y) paren bij statistisch onderzoek dat 2 variabelen betreft.
Set: verzameling. Alles kan een verzameling zijn. {1, 2, 5} is een verzameling, net als {aap, noot, mies}, of {1, 2, aap, noot}. Ook de lege verzameling bestaat: {}. Bekende (oneindige) getalverzamelingen zijn N, Z, Q en R. Zie ook: Subset, Powerset, Empty set. En verder: N, Z, Q, R.
Standard deviation: standaarddeviatie, standaardafwijking
Subset: deelverzameling: een verzameling die 0 of meer elementen van een verzameling bevat. Iedere verzameling is ook een deelverzameling van zichzelf, en de lege verzameling is een deelverzameling van iedere verzameling. Zie ook: Powerset, Empty set, Set.
Squaring: kwadrateren ("2 squared" is 2-kwadraat)

T  

Tessellation: (vaak regelmatige) vlakvulling/vlakverdeling
Tetrahedral numbers: piramide getallen. Zie ook: Tetrahedron.
Tetrahedron: regelmatige viervlak - dus een driezijdige piramide met vier gelijkzijdige driehoeken als vlakken
Theorem: stelling
Tiling: opdeling van het vlak in "tiles" - tegels. Zie ook: Tessellation.
Triangular numbers: driehoeksgetallen
Trillion: in Europa een triljoen, dat is 10^18 (een miljard miljard). In de VS 10^12 (duizend miljard, of 'ons' biljoen). Zie ook: billion.
Triplet: een drietal getallen, zoals b.v. drie-dimensionale cordinaten (x, y, z)

U  

Uncountable: overaftelbaar. Een verzameling is overaftelbaar (of "overaftelbaar oneindig") als er geen bijectie bestaat tussen de verzameling en N . De verzameling R is bijvoorbeeld overaftelbaar, wat volgt uit het diagonaalbewijs van Cantor. Zie ook: Cardinality, Countable, Bijection.

V  

Vertex: het hoekpunt van een veelhoek, of het punt waar meerdere hoekpunten samenkomen in bijvoorbeeld een regelmatige vlakvulling. Ook: een punt in een graaf.

W  

Whole numbers: de verzameling Z der gehele getallen, dus {... , -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, ...}. Zie ook: N, Z, Q, R.

Y  

Y-intercept: het punt waar een lijn de y-as snijdt. Dit is dus de waarde van 'b' in y=ax+b.

Z  

Z: de verzameling gehele getallen. Zie ook: N, Q, R, Whole numbers.